Het komt nogal eens voor dat ik met de trein reis. Dat doe ik wanneer dat ook maar enigszins mogelijk is. Behalve dat ik de tijd vaak gebruik om te lezen of mail te beantwoorden (als de wifi het tenminste doet), houd ik er ook van om naar mijn medereizigers te kijken en vaak ook om met hen te praten. 
Neem nu gisteren. Rond half acht s avonds vertrok ik uit Amsterdam na een inspirerende denktank bijeenkomst.

De meisjes

In Utrecht kwam een groep studenten, meisjes, de trein in. Luidruchtig. De stilte in de stiltecoupé brak in gruzelementen. Tot ik zelf de trein verliet, in Eindhoven, heb ik de groep geobserveerd en nagedacht over de verbinding tussen het –vaak zeer boeiende - gesprek over onderwijsvernieuwing en de alledaagse werkelijkheid. Bijvoorbeeld in een trein op vrijdagavond.

Ik bleef alleen met mijn gedachten en heb niet met de meisje gesproken, wat ik overigens in andere gevallen vaak wel doe. Ik vind het leuk om in de trein gesprekken aan te knopen. Deze keer liet ik het bij mijn eigen gedachten. 
De meisjes, een jaar of achttien, twintig misschien, waren op weg naar huis, in Limburg zo te horen. Ze straalden en hadden veel plezier. Sommigen maakten een ietwat aangeschoten indruk, maar dronken zou teveel gezegd zijn. Zij vormden met hun vrolijke gesnater een bubbel in de coupé en droegen allemaal hetzelfde T shirt met opdruk van een vereniging.
Mijn gedachten gingen ongeveer als volgt: 
Wie zijn jullie? Wie ben je? Wat is je droom? Wat studeer je? Hoe ben je tot je keuze gekomen? Zal je studie je helpen je droom te verwezenlijken? Op welke manier draagt je studie daar aan bij? Op welke manier heb je daarover nagedacht? Wie heeft je geïnspireerd tot je keuze? Hoe heeft die persoon dat gedaan? Had je eigenlijk iets anders willen studeren dan je nu doet? Waar ligt het aan dat dat niet is doorgegaan? Hoe zal jouw leven er over dertig jaar uitzien?

We spreken veel over ‘’leerlingen helemaal tot hun recht laten komen”, of “de leerling centraal stellen’’ in plaats van allemaal tegelijk in een klas of collegezaal. Deze meisjes hebben hun schooltijd in de meeste gevallen doorgebracht in een reguliere school met het systeem zoals we dat nu kennen en zijn – gelet op de door mij geschatte leeftijd- nog niet zo lang geleden aan een vervolgstudie begonnen. Hoe zouden ze zijn binnengekomen in de trein als ze bijvoorbeeld gepersonaliseerd hadden kunnen en willen leren? Zouden ze dan in deze samenstelling zijn geweest? Zouden ze anders gedacht en gehandeld hebben?

De jongen

Tegenover me zat een jongen van een jaar of zeventien, achttien. Hij was overduidelijk geen Nederlander, dat was te zien aan zijn uiterlijk en ik hoorde het toen hij kort een telefoongesprek voerde. Hij sprak in een taal die ik niet kon thuisbrengen. Hij speelde met een oud model telefoon en keek met verdrietige ogen door het raam de donkere avond in. Ik vroeg me af het een vluchteling was, wellicht een die al langer hier was. Hoe en waar heb jij op school gezeten, vroeg ik me af. Wat heb jij geleerd? En wat had je daar aan toen je in een voor jou vreemd land terecht kwam? Hebben ze je iets geleerd over hoe je kunt omgaan met  ingrijpende veranderingen, zoals thuis geraken in een totaal vreemd land?

 Met de wind mee

Toen de trein bijna in Eindhoven was en we met een groepje stonden te wachten tot we de deur konden openen, bekeek ik de mensen die daar ook stonden. Sommigen hadden een laptoptas bij zich, anderen een klein koffertje. De jongsten keken op hun telefoon.  Anderen keken langs elkaar de ruimte in. Dicht bij elkaar staan en doen alsof dat niet zo is. 
Toen we uitgestapt waren bewoog ik met de stroom mee naar de uitgang. Mijn kraag optrekkend tegen de tochtige wind (Het wordt echt herfst!) keek ik naar de voortstappende mensen en dacht: Waar ga je heen? Wie wacht er op je? Kijk je ernaar uit? Wordt er van je gehouden? Ben je eenzaam? Met wie eet je vanavond? Wat is je droom? Buiten het station verdween iedereen een andere kant op. Te voet, met de fiets, of in een wachtende auto.

Onderwijs

Op de fiets naar huis vroeg ik me af wat we nu, in 2015, kunnen doen om het onderwijs zo goed mogelijk te laten bijdragen aan datgene wat werkelijk het beste is voor mensen. Hoe kun je ervoor zorgen dat mensen zo goed mogelijk in de wereld komen, tot bloei komen? En wat is dat dan precies: goed in de wereld komen? Wat hoort dan vervolgens bij het onderwijs? Wat hoort bij de ouders? Wat hoort bij de rest van de omgeving? Wat kan het onderwijs het beste bieden? Waar ligt de verbinding met het thuisfront en de omgeving?
Wat is het allerbeste dat je aan jonge kinderen kunt meegeven zodat ze prettige en evenwichtige mensen worden die doen waar hun hart, hun hoofd en hun handen het meest gelukkig van worden? 

Hoe zal een treincoupé (vooropgesteld dat die dan nog bestaan) met mensen eruit zien over dertig jaar als we er nu binnen aan aantal jaren in slagen het onderwijs te maken zoals we dat willen? Wat betekent in dat geval bijvoorbeeld ‘verbinding’ in de publieke ruimte? Wat kan het onderwijs bijdragen aan het begrip en het werkelijk vorm geven aan verbinding van mensen met zichzelf, met elkaar, met de omgeving? Wat betekent in dat geval duurzaamheid? En wat is het dan precies wat we zouden moeten aanpakken als we zo denken? Waar zitten hiaten in de verbinding van mensen met zichzelf en de wereld om hen heen?

Mijn fiets staat al lang weer in de schuur, maar ik denk er nog steeds over na.