Ga wat doen @ 14 Feb 2017

Vrienden?

Een verhaal over een inzicht.

Onlangs las ik een bericht dat Nederlandse kinderen die vriendjes uitnodigen voor hun feestje, te maken krijgen met gasten die het huis waar ze gastvrij worden onthaald, scannen op waardevolle spullen. Ze informeren langs hun neus weg bij kleine zusjes en broertjes waar papa en mama dure dingen hebben liggen. Later komen ze dan als dief in de nacht en stelen wat van hun gading is. Toen de politie de jongelui had aangehouden, merkten de ouders op dat het een vergissing moest zijn. Hun kinderen zouden nooit zoiets doen.

Een bekende lag in bed toen hij gemorrel aan zijn achterdeur hoorde. Hij zag dat iemand pogingen deed het huis binnen te komen. Zonder het licht aan te doen liep hij zachtjes de voordeur uit, om het huis heen en greep de onverlaat bij de kraag. Het was de zoon van goede vrienden.

Persoonlijk vind ik dat een zeer verontrustende ontwikkeling. Hoe uitgebreid dit fenomeen is, weet ik niet. Het belangrijkste element daarin is wat mij betreft, behalve dat stelen en inbreken sowieso niet deugen, dat voor deze jongelui de verbinding met de mensen die ze bestelen geen waarde heeft. Ze lappen de band met hun vrienden en de ouders van hun vrienden totaal aan hun laars. Hoe heeft dat zover kunnen komen? Dit totaal van respect gespeende gedrag? Waar zijn mensen in hun opvoeding opgehouden respect voor te leven uit te dragen? Hoe kan het dat deze ouders totaal niet doorhebben wat hun kinderen ‘s nachts doen? Het gaat mij er niet om speciaal deze ouders aan de schandpaal te nagelen. We maken allemaal fouten in de opvoeding terwijl we het goed bedoelen, eerder ben ik op zoek naar een bepaalde ontwikkeling, een verontrustende tendens die blijkbaar ergens is binnengeslopen.

Hebben we hier als maatschappij een verantwoordelijkheid in? Wat hoort hier bij de ouders en wat bij het onderwijs? Welke grens gaan we hier over? Welke ontwikkelingen hebben geleid tot een ontwikkeling als deze? Ik heb het antwoord niet. Flarden misschien.

Ga iets doen

Ik lees het voortreffelijke boek Mijn heldere afgrond van Christian Wiman. De auteur, ernstig ziek, is bezig met wat genoemd wordt “een brandende zoektocht”. Wat betekent het voor ons leven – en onze dood- als we de ‘aanhoudende, hardnekkige geest’, die sommigen van ons God noemen, erkennen? Lees ik op de achterflap. Het is het relaas van een man die onophoudelijk nadenkt over wie of wat God zou kunnen zijn en daar alle gedachten en twijfels over deelt. Ook over de uitwerking van zijn gedachten in het dagelijks leven.

Hij schrijft bijvoorbeeld:

Op een dag, toen ik tussen de middag naar de kleine kapel was gegaan, vlak bij mijn kantoor, om weer eens te bidden terwijl ik mij afvroeg hoe en waarom en tot wie, kwam er een man binnen. Hij ging op zijn gemak zitten in de kerkbank direct tegenover me naast het gangpad. Aangezien wij daar de enige twee waren, kwam mij de keuze van zijn zitplaats raar voor, en irritant. Binnen een paar minuten waren alle gedachten aan God verdwenen in ‘s mans continue bewegingen en zijn onuitputtelijk gezucht, en toen ik uiteindelijk kwaad opstond, kwam hij onmiddellijk pal tegenover me staan. Hij had de  gezandstraalde blik van langdurige armoede, de skeletachtige helderheid van langdurige verslaving en de agressie van de vernederde, die de ware aard van je naastenliefde test. Sluw mannetje, noteerde ik inwendig, en zakte, alleen al bij het openen van mijn portemonnee, voor de test: deze kapel in de smiezen houden, biddende mensen bespringen! Dagenlang bleef hij door mijn kop zeuren –niet hij, maar de situatie- wat, besefte ik tenslotte, precies de kwestie was: hoe gemakkelijk sijpelt een dodelijke zelfgenoegzaamheid binnen, zelfs in deze handelingen de we bij wijze van discipline verrichten. Wat zijn we op ons gemak met ons eigen intellectuele en spirituele ongemak. Wil je weten of hoe ik bid, waarom, tot wie? Ik voelde bijna alsof God mij had verteld, alsof Christus mij vertelde (en nog wel in de kerk): sodemieter op met je mysterie, ga wat DOEN. 

Epiloog

Wat zijn grenzen eigenlijk broos. Wiman laat zich in de kapel onmiddellijk van zijn stuk brengen door een op zichzelf relatief kleine gebeurtenis. Weg zijn de hoogstaande inzichten, ze blijken hem in deze situatie weinig te brengen.

Het brengt mij tot de reflectie op mijn eigen reactie met betrekking tot de inbrekende vrienden. Mijn eerste reactie is er een van veroordeling. Daar ga ik met mijn voornemen om niet meteen te oordelen. En denk ik te normerend? Misschien kan ik beter wat gaan doen, in plaats daarvan. Maar wat dat is, in dit geval, dat weet ik nog niet.

 

 

 Wiman, C. (2016). Mijn heldere afgrond. Overpeinzingen van een moderne gelovige: Barneveld, Brandaan, pp.94-95



News powered by CuteNews - http://cutephp.com